Mar 2017

Het mysterie van het creatieve proces

Schermafbeelding 2017-05-02 om 10.41.03
Hoe componeer je een wereldhit als Canto Ostinato? Gids Cahier #2 – onder redactie van Arjen Mulder en H.C. ten Berge – licht een tipje van de sluier op met de uitgave van het essay ‘Over het doen en gedaan hebben’. Het betreft een poging tot benadering en beschouwing van het componeren door Simeon ten Holt in twee versies: uit 1960 en 1961.

De Gids-redacteur Arjen Mulder stelt in zijn woord vooraf dat de tekst duidelijk maakt hoe de componist zelf over zijn, ook voor hemzelf altijd nieuwe en tegelijk naar oerimpulsen teruggrijpende, werk nadacht. In welke termen, in welk breder verband en met welke gerichtheid. Mulder: ‘Dit kan ook de interpretatie van zijn oeuvre ten goede komen.’

Volgens de redacteur is de tekst ‘volstrekt uniek’ binnen de literatuur van componisten over hun werk. Mulder ‘Het beschrijft de methode die de componist wil gaan toepassen om muziek te maken waarvan de inhoud zich buiten de compositie bevindt, maar er zich wel in aankondigt en in doorklinkt, zoals Ten Holt ergens schrijft.’

Zoekend en tastend
De componist poogt dus in woorden te vatten wat hem voor ogen stond bij de nieuwe muziek die hij zich had voorgenomen te componeren. Het thema is het spoor dat naar de toekomst loopt en gevonden en gevolgd zal moeten worden. Vandaar het zoekende en tastende karakter ervan. De gelimiteerde oplage van Gids Cahier #2 telt tachtig genummerde exemplaren.

Mulder en Ten Berge hebben de tekst van Simeon ten Holt naar correct Nederlands ‘hertaald’. De redenering is hetzelfde, er zijn geen passages geschrapt. Zinsstructuren zijn verhelderd en gallicismen en andere uitdrukkingen die naast hun eigenlijke betekenis zaten of omslachtig waren, zijn veranderd in ‘wat ten Holt geschreven zou hebben als hij schrijver was geweest’.

Een mooi vervolg op ‘Over het doen en gedaan hebben’ biedt een eveneens in Gids Cahier #2 opgenomen essay van Ten Berge, getiteld ‘Een notitie over Canto en zijn maker’. De dichter en de componist waren sinds de tweede helft van de jaren vijftig bevriend met elkaar. Een leeftijdverschil van zestien jaar zat deze vriendschap kennelijk geenszins in de weg.

Ongemeen scherp
Ten Berge schetst een levendig beeld van Ten Holt: ‘Hij bezat een sterke intuïtie en een helder verstand, was niet gespeend van snobisme en kon na enig zwijgen ongemeen scherp, zelfs ongelikt, als een echte Noord-Hollander uit de hoek komen. Kortom: hij was voor mij de boeiendste figuur die ik in mijn toen nog korte leven had ontmoet.’

Toen Ten Holt zijn gedachten over muziek eind jaren zestig kon publiceren in Raster, riep hij de hulp in van Ten Berge bij het fatsoeneren ervan. Ten Berge: ‘Samen bij een pot thee, een stuk reformbrood en gebarsten kommen om de kachel gezeten namen we de wildernis van zijn notities door. (…) Het waren genoeglijke zittingen die ons veel plezier verschaften.’

De dichter besluit zijn bijdrage aan Gids Cahier #2 met enkele van zijn rake opmerkingen over Canto Ostinato uit februari 1984. De zevende en laatste opmerking luidt: ‘Ruptuur. Muziek die spelenderwijs begint. ‘‘Begonnen voordat het is begonnen.’’ Muziek die na uren afbreekt en zich afwendt. Ons alleen laat. In het wit. In het licht.’

Gids Cahier #2 vormt een welkome aanvulling op Het woud en de citadel, de in 2009 verschenen memoires van Ten Holt – eveneens onder redactie van Mulder. De componist schreef in zijn herinneringen niet of nauwelijks over het vanwaar, het waarom en het waartoe van zijn late composities waaronder Canto Ostinato. In die leemte is nu rijkelijk voorzien.

Link naar Gids Cahier
(Bergen N.H., 25 november 2016)